ITALIE en BELGIE – mei 2019

Wat heb ik uitgekeken naar deze twee belangrijke weken in mei van dit jaar, namelijk in Italië en België. Dat waren de momenten om te pieken.

Dit jaar waren de wereldbekers heel kort op elkaar afgestemd, namelijk met 1 week er tussenin. Het is hierdoor tegelijk spannend – en er is min of meer geen ruimte voor een foutje.

Eerst Italië: 9 – 12 mei.

Ik ben heel tevreden over mijn voorbereidingen tot op heden. Na het einde van het vorige seizoen heb ik toch wat veranderingen aangebracht. Eén daarvan is, dat ik van trainer/coach veranderd ben. Daar was ik heel tevreden over. Belangrijk is, dat uit de cijfers blijkt, dat ik steeds progressie maak. Dat is voor mij toch belangrijker dan de resultaten, al wil ik wel altijd strijden voor de prijzen.

Voorafgaand aan de wereldbeker in Italië heb ik mij toch wel een klein beetje zorgen gemaakt over het parcours , met heel veel hoogtemeters. Ik ben woonachtig in Amsterdam – wat je daar vooral niet hebt, zijn bergen en klim-mogelijkheden.

Het resultaat op beide afstanden – tijdrit en op de weg – was: beste Nederlander en een 17e en 20ste plaats overall.

Een week later was België: 16 – 19 mei. Vier dagen voor de eerste racedag (tijdrit) ben ik flink ziek geworden. Bij de huisarts bleek, dat ik een blaasontsteking had. Dat was een heel slechte timing – waar ik helemaal niets aan kan doen. Het resultaat was: een kuur van zeven dagen. Ik wist dat dit een negatief effect op mijn prestatie zou hebben – dat werd ook bevestigd door de arts. Als sporter wil je toch hopen (tegen beter weten in), dat het meevalt.

Ik werd 30ste op de tijdrit en 21ste op de weg. Ik ben totaal niet toe gekomen aan mijn gewenste vermogens. Achteraf wist ik precies waardoor het kwam.

Toch heb ik al weer een heleboel geleerd van deze twee heftige weken. Life goes on… en zo ga ik verder met fietsen: het is toch het leukste wat er is.

Sidney Bito, mei 2019